Jan Camps

DSC_2172Handboekbinderij J.-J. Camps is het atelier van de echtgenoten Jan Camps en Julia Van Mechelen. Vanuit hun atelier in het Begijnhof van Diest doen ze aan restauratie, handboekbinden en kunstboekbinden. “Voor mijn plechtige communie had mijn vader een geweldig cadeau. Hij zei: ‘Ik leer jou de hoofdstad kennen, we gaan naar het Vossenplein’. Daar heb ik dan een boekje gekocht. Een kerkboekje, een gebedenboekje. Ik vond dat geweldig. En ik ben dat blijven kopen omdat – al besefte ik dat toen nog niet – de band mooi was.”

EEN EIGEN ZAAK STARTEN
Camps volgde van 1985 tot 1990 een opleiding boekbinden aan het Instituut voor Kunst en Ambacht in Mechelen. Op hetzelfde ogenblik was hij onder leercontract werkzaam bij boekbinder Edgar Claes, die hem zijn atelier verkocht en hem bij zijn klanten had geïntroduceerd. Een echte buitenkans dus, want tot op vandaag is het voor starters in dit vak immers bijzonder moeilijk een cliënteel op te bouwen en opdrachten binnen te halen. Een grondige bibliofiele kennis bezitten en het volgen van een gespecialiseerde opleiding zijn slechts het begin van een hopelijk succesvolle carrière als boekbinderrestaurator. “Sowieso was het eerste stuk in het leercontract bedoeld om je een bepaalde routine in je vingers te laten krijgen. De basis, het inbinden van tijdschriften, werd bijna in den treure herhaald. Het was de eerste maanden dat en niets anders, tot op het moment dat daar routine in kwam. Dan maakte ik duidelijk dat ik wilde restaureren en een oude bindwijze wilde proberen. Ik ging het archief van het klooster in, ze haalden daar een meter boeken uit en dan konden we beginnen met de kleinste dingen: een hoekje dat gebroken was, een kaftje dat los was, scharnierbreuken behandelen. Dat was het eigenlijk.”
Julia Van Mechelen zette op haar beurt haar eerste stappen in de boekbinderswereld in 1995 in het atelier van Camps. Ze volgde eveneens een opleiding boekbinden tussen 1998 en 2003, meer bepaald de opleiding die haar man ondertussen uit de grond had gestampt aan de Stedelijke Academie voor Plastische Kunsten in Genk. “Kwalitatieve opleidingen zijn er ondertussen genoeg in België, maar de beroepsperspectieven voor boekbinders en -restauratoren blijven beperkt.” Camps en Van Mechelen zien daarom wel heil in de formatie van regionale depots voor inventarisatie, conservatie en restauratie, waaraan telkens een boekbinder-restaurator is verbonden: “Zo creëer je én werk én het erfgoed wordt beter bewaard en verzorgd.”


EEN BREED GAMMA
“Onze troef is dat wij een breed gamma kunnen aanbieden: het begint met het inbinden van notariële akten, van tijdschriften en naslagwerken. We gebruiken de gewone materialen zoals linnen, kunstleder en papier. Daarnaast gaan we klassiek werk afleveren: halfleer, volledig leer en perkament. We ontwerpen zelf boekbanden, in allerhande klassieke materialen: hout, papier, perkament en leder, naast de restauratie van papier, leder, en perkament. Wij reconstrueren de oude bindwijzen: we kunnen alle technieken leveren aan onze klant rond nieuwe boekbanden, omdat we restauraties gedaan hebben die deze technieken in zich hebben.”
Het duo werkt voornamelijk in opdracht van particulieren en maakt eigen werk voor tentoonstellingen en wedstrijden. Meedingen bij overheidsaanbestedingen doen ze nog zelden: “De voorbereiding is tijdrovend en brengt een hele hoop administratie met zich mee en de kans dat je de opdracht uiteindelijk mag uitvoeren is erg klein, want ze worden doorgaans aan grote ateliers toegewezen.”


“Eigenlijk zou er op Europees niveau een leertraject moeten bestaan, waarbij studenten van het ene atelier naar het andere trekken en telkens andere specialisaties aangeleerd krijgen. Zo vorm je op één tot drie jaar een boekbinder van topkwaliteit ! Nu moet je vaak enorm lang en veel aan zelfstudie doen om bepaalde zaken onder de knie te krijgen die niet meer worden gedoceerd of die niet meer gekend zijn.”


LEREN IN EUROPA
Een aspirant-boekbinder zou eigenlijk de kans moeten krijgen om in verschillende ateliers in de leer te gaan, maar Vlaanderen, en zelfs België, zijn eigenlijk te klein om er een dergelijk leertraject in te richten. Kwesties over vergoedingen, veiligheidsnormen en verzekeringen zouden bovendien voor vele ateliers wel eens een obstakel kunnen vormen. Camps en Van Mechelen zijn het erover eens: “Eigenlijk zou er op Europees niveau een leertraject moeten bestaan, waarbij studenten van het ene atelier naar het andere trekken en telkens andere specialisaties aangeleerd krijgen. Zo vorm je op één tot drie jaar een boekbinder van topkwaliteit ! Nu moet je vaak enorm lang en veel aan zelfstudie doen om bepaalde zaken onder de knie te krijgen die niet meer worden gedoceerd of die niet meer gekend zijn.” Zelf organiseren Camps en Van Mechelen twee à drie intensieve workshops per jaar voor collega’s en geïnteresseerden. Tijdens deze Engramdagen selecteren ze telkens één boekbindtechniek waar uitgebreid op ingegaan wordt. Ook staan ze open om van collega’s uit andere disciplines technieken te leren die voor het boekbinden interessant kunnen zijn (zadelmakers, schrijnwerkers of slotenmakers bijvoorbeeld). Maar zulke interdisciplinaire kennisoverdracht vindt eigenlijk niet vaak genoeg plaats.


MATERIAAL
Het bemachtigen van het geschikte werkmateriaal is geen sinecure: boekbinders werken met negentiende-eeuwse machinerie, die niet overal te verkrijgen is. Bovendien vraagt het materiaal tijd om perfect afgesteld te raken. De kwaliteit van de grondstoffen waar Camps en Van Mechelen mee werken, zoals karton, leder en perkament, is de voorbije jaren over het algemeen achteruit gegaan. Vaak moeten de grondstoffen ook in te grote loten bij de leveranciers worden aangekocht. Camps: “Waar zou ik als ambachtsman nu met een ton karton naartoe moeten ?”