Mark Elst

DSC_5795Mark Elst begon aan de opleiding sociologie om zijn vader te kunnen behagen met een ‘serieus’ diploma, maar voelde al snel dat zijn passie ergens anders lag. Hij kwam terecht bij De Nieuwe Scène, waar hij werd aangesteld als geluidstechnicus en later als productieleider. Hij volgde een opleiding bij de iconische Josef Svoboda en er ontstond een reeks van interessante samenwerkingen als geluids- en lichttechnicus met onder andere Benno Besson, Peter Brook, Otomar Krejca en Jonathan Miller, waarvoor hij naar verschillende landen afreisde. Nadien startte hij met zijn vrouw Théâtre du Tilleul op, een kindertheater dat begon als marionettentheater met zelfgemaakte poppen en uitgroeide tot schaduwtheater, waar ze tot op heden voorstellingen mee maken. Naast schimmenspelen waagt het koppel zich af en toe ook aan andere theatervormen.

THÉÂTRE DU TILLEUL
Oorspronkelijk was dit een project voor tweetalig theater. Tien jaar lang probeerden Elst en zijn vrouw dit te lanceren, maar ze werden van het kastje naar de muur gestuurd. Het duo is dan zelf een marionettentheater begonnen met poppen. De naam is toen ook ontstaan: ze gebruikten immers lindehout (Fr. Tilleul) voor de bouw van hun poppen. De vrouw van Elst heeft in het jeugdtheater gewerkt en naast zijn eigen project deed Elst nog als freelancer de belichting voor theater. Op een bepaald moment is het koppel voltijds begonnen met theater. Hun eerste productie was een operastuk met handpoppen in Frankrijk: “Les Tréteaux de Maître Pierre” van Manuel de Falla. Op hetzelfde ogenblik werkten ze aan hun succesvolste stuk tot nog toe, gebaseerd op een kinderboek uit 1845: “Crasse-Tignasse”, meteen hun eerste schaduwproductie. Ze ontmoetten in die periode Bradshaw, een Australiër die voor hen de meester was van het schimmenspel. Elst en zijn vrouw probeerden het eerst met volle poppen, maar dat werkte niet omdat het te concreet was om aan te brengen aan kinderen. Dan zijn ze overgeschakeld naar schimmen. In 1983 brachten ze “Crasse-Tignasse” uit, waarmee ze hun stempel gedrukt hebben op het schaduwtheater. In die tijd speelden ze zo’n 250 keer per jaar. Het gezelschap bestaat momenteel uit een vaste kern, naast een regisseur van buitenaf die ze voor elke creatie aantrekken.


SCHIMMENSPEL IN BELGIË EN FINANCIËLE ONDERSTEUNING
In Vlaanderen zijn er niet veel theaters die met schimmen werken. Elst noemt er enkele, waaronder 4hoog en Taptoe. Volgens hem neemt de interesse in schaduwtheater wel toe: “We zitten duidelijk in een beeldcultuur. En binnen die beeldcultuur beginnen schaduwen en silhouetten heel belangrijk te worden. Dat is begonnen op het niveau van kindertheater. Dat wordt door veel collega’s niet als echt theater beschouwd, omdat het nu eenmaal voor kinderen is. Beroepstechnisch is het natuurlijk hetzelfde, maar kindertheater krijgt om onbekende redenen minder subsidies.”


“Théâtre du Tilleul krijgt vaak aanvragen van stagiairs, maar daar is helaas niet altijd budget voor. Ook al komen ze gratis werken, we verliezen er kostbare tijd mee. In theaterscholen of theatertechnische scholen, daar zou ik met plezier gaan lesgeven. Als daar budget voor is, dan vind ik dat in orde.”


PATRIMONIUM, LICHT EN SCHADUW
Het doorgeven van kennis gebeurt volgens Elst best in een schools opleidingsverband. Théâtre du Tilleul krijgt vaak aanvragen van stagiairs, maar daar is helaas niet altijd budget voor. Ook al komen ze gratis werken, Elst en zijn vrouw verliezen er kostbare tijd mee. Daarnaast krijgt zijn vzw af en toe verzoeken om (zo goed als) gratis les te geven, wat voor Elst op langere termijn ook niet vol te houden is. “In theaterscholen of theatertechnische scholen, daar zou ik met plezier gaan lesgeven. Als daar budget voor is, dan vind ik dat in orde. Ook omdat de rest zwaar wordt. Camions lossen en laden doe ik al niet meer, dat mag ik niet meer. In zo’n school zou ik iets te vertellen hebben, ik kan het doorgeven. Er is ook veel interesse voor op dit moment. Het is het juiste ogenblik om zoiets op te starten. We zitten volop in de vloed van beelden.” Elst en zijn vrouw hebben in het verleden al les gegeven, onder andere aan professionelen in het Feikes Huis in Amsterdam. Ze beginnen met een deel geschiedenis, om dan over te gaan naar de theoretische en technische basis, gevolgd door het praktische werk. Elst en zijn vrouw hebben op verzoek van Le Centre International de Formation en Arts de la Scène (CIFAS) al enkele festivals in België georganiseerd, om op die manier een vorming te organiseren rond schimmenspel. Die festivals organiseren wordt steeds moeilijker en zwaarder, mede omdat er geen middelen zijn. In het borgen van schimmenspel zit volgens Elst ook een belangrijk economisch argument: het kost namelijk veel tijd, moeite en energie om iets terug uit te vinden, en dat zou sowieso gebeuren met deze kunstvorm. Het is een oervorm van theater, die tot op vandaag een zeer belangrijke functie vervult: “Plato schreef al over schaduw in zijn grot. De Chinezen, de Turken, … Mensen waren er al mee bezig voor de Middeleeuwen. Het zou dom zijn om dat weg te gooien. Maar het risico bestaat. Er worden veel dingen weggegooid. Zo gaat dat. Maar als we met theater willen verder gaan is het essentieel, zelfs voor cinema. De helft van de belichting bij cinema, komt neer op schaduw uitvegen.” Licht is altijd een grote passie geweest voor Elst. Vooral tijdens zijn jaren in het buitenland deed hij voor veel stukken de belichting. “Ik schilder met licht. Ik weet wat ik met licht kan doen, maar ik kan het niet uitleggen en ik zou niet weten hoe ik het moet doorgeven. Ik zie het gewoon. Zoals een schilder, die legt ook niet uit waarom hij net daar een beetje wit bij doet”.