Karel Goetghebeur

DSC_3733Opnieuw saxofoons produceren in België, het land van Adolphe Sax: dat is de droom van saxofoonbouwer Karel Goetghebeur. Op jonge leeftijd is hij via een vriend van zijn ouders in contact gekomen met het instrument. “Hij had juist een altsax gekocht en kwam die thuis tonen. Hij duwde die toen in mijn handen en ik mocht er eens op blazen. Er kwam geluid uit ! Ik herinner me dat dat toen echt wel indruk gemaakt heeft op mij en op één of andere manier is dat blijven hangen.” In afwachting van een volledige Belgische productie, assembleert Goetghebeur in zijn atelier in Brugge alvast saxofoons op maat van zijn klanten.

SELFMADE
Aan het begin van zijn carrière wees niets erop dat Goetghebeur saxofoonbouwer zou worden. Als kind was hij wel naar de muziekschool gegaan met als doel saxofoon, trompet en doedelzak te leren spelen, maar de klassieke notenleer en piano lagen hem niet. Toen hij 27 was, pikte hij de draad terug op en leerde hij zichzelf de basistechnieken. Op professioneel vlak ging hij eerst aan de slag bij een begrafenisondernemer, en nadien bij een farmabedrijf. In bijberoep was hij ondertussen al begonnen met de assemblage van saxofoons. Zo was hij tot de vaststelling gekomen dat daar zijn echte passie lag. “Ik was op zoek naar een geschikte merknaam die ik kon deponeren. Waarom niet Adolphe Sax gebruiken ? Ik was er evenwel rotsvast van overtuigd dat die naam gedeponeerd zou zijn door het bedrijf dat in de jaren 1929 alles van Sax had overgekocht. Maar wat bleek ? De merknaam was niet geregistreerd !” Toen is het snel gegaan voor Goetghebeur: hij had een afspraak met een Taiwanese producent van saxonderdelen en hij assembleerde die stukken in zijn atelier. Een opleiding heeft hij er niet voor gevolgd, want die bestaat in België niet. “Het probleem is dat je hier geen degelijke opleiding tot saxofoonbouwer vindt. Saxofoonhersteller kan je volgen in Engeland en in Frankrijk, maar nergens anders. In de Verenigde Staten heb je natuurlijk wel experts, maar die richten zich vooral op het herstelproces. Het bouwen van een sax is nog een heel ander paar mouwen.”

 

LAND VAN SAX
Hoewel België een rijke saxofoontraditie kent, is sinds de jaren 1950 de productie van het instrument uit ons land verdwenen. “De saxofoons die onder Belgische naam werden gemaakt, kwamen grotendeels uit Duitsland en Frankrijk. Er is nooit een echte grote doorbraak geweest bij de Belgische bouwers. In Gent had je natuurlijk de familie Maheu, instrumentenbouwers, en Luc Deneys, gespecialiseerd in violen. Als je naar Rusland gaat, en je noemt die namen… Ze behoren tot de absolute wereldtop! In elke stad heb je daar bij wijze van spreken een vioolbouwer, maar mensen die op het niveau van Maheu zitten, die vind je niet zo snel. Hij heeft ook altijd gezegd dat hij betere resultaten behaalde door met de hand te werken.” Na de Tweede Wereldoorlog is de productie echter grotendeels naar Azië verhuisd, met China en Taiwan als speerpunten.

 

“Zoals dat bij elke branche het geval is, zijn er onder de saxofoonbouwers ook een aantal met vastgeroeste ideeën over hoe een sax eruit moet zien. Veel van die ideeën zijn instinctief, want die zijn nooit proefondervindelijk vastgesteld of onderbouwd. Naast technische verbeteringen ben ik ook voortdurend op zoek naar kleinere en meer speelse innovaties. Dat gaat soms heel ver.”

 

PASSIE VOOR HET INSTRUMENT
Goetghebeur heeft een grote passie voor het instrument. Hij vindt dat hij in een bevoorrechte positie zit, omdat hij saxofoonspelers kan faciliteren met het afleveren van een prachtig instrument. “Als je een saxofoon ziet, dat is een nogal overweldigend instrument, zeker als je er niet vertrouwd mee bent. Als je alleen al kijkt naar de hoeveelheid kleppen die op een sax zitten… en dat wordt allemaal bediend met twee handen. En dat is lang niet alles: doe je één klep dicht en ondertussen gaan er drie andere kleppen mee dicht, dan moeten die ook perfect op hetzelfde moment sluiten … Als dat nog maar een kwart millimeter afwijkt, dan werkt uw instrument niet. Het is een absoluut precisie-instrument”. Om de saxofoon goed te begrijpen, moet je volgens Goetghebeur niet alleen feeling hebben met jazz en het typische geluid, je moet ook de materialen goed kennen. “Alles leeft. Een stuk hout leeft en is onderhevig aan temperatuur en vochtigheid. Met legeringen zoals koper en messing is dat juist hetzelfde. Je moet die kennis hebben, je moet dat snappen. Uitzettingscoëfficiënten onder een bepaalde temperatuur, dat moet je kunnen incalculeren. Dat vergt uiteraard enig technisch inzicht en als je dat niet hebt, dan moet je ervoor zorgen dat je mensen vindt die je dat kunnen leren. Dat is hetgeen ik tot nu toe al die jaren heb gedaan: als ik het niet wist, dan heb ik mensen opgezocht die het mij konden vertellen.”

 

ERFGOED EN INNOVATIE
Streven naar een goed evenwicht tussen enerzijds traditie en anderzijds innovatie, daar is Goetghebeur mee bezig. Saxofoons worden eigenlijk al 170 jaar op dezelfde manier gemaakt, dus er is respect nodig voor het ambacht en het artisanale karakter. Op een oude sax uit de jaren 1920 kan je nog perfect spelen, als die goed onderhouden is en je restaureert hem een beetje. De levensduur van moderne saxofoons is veel korter. “Maar ik wil ook een stukje efficiëntie brengen in het ambacht. Dat is niet geheel onbelangrijk, want wil een ambacht overleven zonder steun, dan is dat absoluut nodig. Je moet kunnen en durven moderniseren, nieuwe technieken en nieuwe methoden onderzoeken en wetenschappelijk onderzoek erbij betrekken. Zo kan de stiel ook weer sexy gemaakt worden. Zoals dat bij elke branche het geval is, zijn er onder de saxofoonbouwers ook een aantal met vastgeroeste ideeën over hoe een sax eruit moet zien. Veel van die ideeën zijn instinctief, want die zijn nooit proefondervindelijk vastgesteld of onderbouwd.” Om zijn ideeën af te toetsen, doet Goetghebeur een beroep op de KU Leuven. Hij heeft ook een technisch comité samengesteld met experten zoals Leo Van Oostrom, met wie hij ideeën in de praktijk probeert om te zetten. Het gaat zowel om technische verbeteringen als om kleinere en meer speelse innovaties: “Dat gaat soms heel ver. De toetsen op een sax zijn traditioneel van parelmoer en ik zou dat willen veranderen. Ik ben het idee aan het uitwerken om parels te maken van Belgische grond, zodat er letterlijk een stukje Belgische grond aan die sax plakt. Dat is natuurlijk sentiment, maar sentiment is bij dat soort zaken ook zeer belangrijk.”