Danny Ronaldo

DSC_9787Ronaldo heeft reeds een lange weg afgelegd binnen het circusgebeuren: hij maakt deel uit van de zesde generatie van een familie van circus- en theatermakers. Zijn passie is mensen verwonderen met het magische en het mystieke dat een circusvoorstelling met zich meebrengt. De eerste generaties creëerden nog traditionele circusacts, maar Ronaldo en zijn broer kozen ervoor om een andere weg in te slaan met Circus Ronaldo. In tegenstelling tot de geïsoleerde acts van het traditionele circus maken ze voorstellingen die een mix vormen tussen circus en theater, met één centraal verhaal.

THEATER VERSUS CIRCUS

De eerste generatie van de familie Ronaldo bestond uit diverse artiesten: Adolf Peter Van den Berghe was een circusartiest die trouwde met een toneelactrice. Hij was geen acteur en zij geen circusartieste, maar toch slaagden ze erin om samen een voorstelling te maken. Die voorstelling moet een mix geweest zijn van acrobatie te paard en pantomime, waarvan Ronaldo graag het resultaat gezien had. Voor hem leiden zaken die per toeval en wat ondoordacht ontstaan vaak tot de mooiste resultaten: “Als je dat nu vergelijkt met eten, zoals pizza in Italië: dat waren meestal arme mensen die nog een paar dingen liggen hadden, het enige wat ze hadden, en dat samen kletsten en ontdekten dat het ongelooflijk lekker was. Uiteindelijk is  dat iets dat uit noodzaak ontstaan is”. Na de eerste artiestengeneratie in de familie Ronaldo ontstond er een discrepantie in de evolutie van theater en circus. Theater werd gezien als de hoge kunstvorm en circus was met zijn “kunstjes” minderwaardig. De circusartiesten staken doorgaans de draak met het klassieke theater en wilden niets met die wereld te maken hebben, terwijl de theaterwereld vaak neerkeek op het circusgebeuren. Deze tendens zette zich door tot in de jaren 1990, maar nu zoeken de twee kunstvormen weer toenadering tot elkaar. Zo ontstaan er samenwerkingen die de traditionele grenzen overschrijden. Volgens Ronaldo ligt het verschil tussen beide in het feit dat theater draait rond het doordacht inleven in bepaalde rollen en personages, terwijl het er in het circusgebeuren veel kinderlijker aan toe gaat. Elke circusartiest probeert een magisch beeld te creëren: “Dat de trapezeartieste achter het gordijn haar mooie schoentjes omwisselt voor klompen om in de modder terug naar haar woonwagen te lopen, dat zie je niet als publiek”. De illusie die de artiesten creëren, speelt een grote rol en het doel van een voorstelling is het publiek in een soort van droom te brengen. Desalniettemin inspireerde het theater Ronaldo reeds op jonge leeftijd om tot zijn huidige vorm van circus te komen: “Ik zag De Meeuw van Tsjechov door de Blauwe Maandag Compagnie en ik zag dat daar momenten in de zaal hingen van spanning, van stilte. Ik wilde ook zoiets doen.”


KENNIS DELEN EN DOORGEVEN
Vroeger was het niet evident om iets bij te leren buiten de grenzen van de familie. Er bestond een angst onder circusartiesten om kennis en ervaringen te delen: iedereen moest vechten om een originele act ineen te steken. Technieken en ideeën werden niet aan de grote klok gehangen. Circus was in die tijd zeer familiegebonden. De recepten waren geheim en werden angstvallig achter slot en grendel bewaard. Dat is volgens Ronaldo spectaculair veranderd doorheen de jaren. Nu kan je zowat alles kopen en te weten komen via het internet en circuswinkels: het is allemaal erg universeel geworden. Toch is het evenwicht tussen privé en openbaar een must voor Ronaldo. Hij vergelijkt het met zigeunermuziek: sommige families zijn zeer gesloten, wat leidt tot zuivere muziek, terwijl andere families meer een mengelmoes spelen door de beïnvloeding van buitenaf. Dat is ook zo bij circusfamilies. De beslotenheid zorgt voor het behoud van een kracht en eigenheid, maar aan de andere kant leeft het niet echt meer omdat het niet bevrucht wordt door nieuwe ideeën. Of zoals Ronaldo het zegt: “De grote kunst is je raam net zoveel open te zetten dat er nieuwe dingen binnenkomen, maar ook maar zover dat je ook nog je eigenheid behoudt”.
Archieven aanleggen en decors bewaren om aan de volgende generaties door te geven, is niet vanzelfsprekend. Aangezien zij constant rondreizen, is er snel plaatsgebrek in hun werk- en woonruimte. De kennis wordt binnen Ronaldo’s familie vooral oraal doorgegeven: hij heeft honderden verhalen van zijn vader in zijn hoofd en hij vindt die kennis waardevoller dan decorstukken of documenten. Dit zorgt ervoor dat het circus niet veel bijhoudt: ze bewaren enkel bouwtekeningen en schetsen. Ze nemen wel de voorstellingen op, maar dat is vooral voor eigen gebruik. Er wordt door externen wel wat gedocumenteerd: er zijn enorm veel foto’s terug te vinden van hun voorstellingen en André De Poorter schreef een boek over de familie. Een ander aspect dat de overdracht bemoeilijkt, is dat kennis doorgeven binnen de circuswereld sowieso niet vanzelfsprekend is. De volgende generatie wil zich vaak afzetten tegen de vorige, en iets nieuws creëren, wat duidelijk een andere situatie is dan bij traditionele ambachten. Dit was ook het geval bij Ronaldo, die samen met zijn broer een andere richting wilde inslaan dan zijn vader: “Dat was heel moeilijk. We hadden wel een vaag idee van wat we wilden doen, maar we waren nog heel jong. We wisten alleen dat we niet meer tegen dat gejoel in de tent konden, dat we stilte wilden”. Ze schrapten de spreekstalmeester en de popcorn tijdens de pauzes, wat ervoor zorgde dat het traditionele publiek wegbleef, tot grote ergernis van hun ouders. Uiteindelijk kwam er een nieuw publiek op af en evolueerden hun voorstellingen tot wat ze nu zijn: een evenwichtsoefening tussen theater en circus.


“Het grootste gevaar voor het circusgebeuren schuilt in het feit dat alles te snel en te strak gemaakt wordt, waardoor een voorstelling niet meer op een organische manier kan groeien en tot stand komen.Om die reden zouden structurele subsidies een grote hulp zijn voor circusgezelschappen, aangezien projectsubsidies slechts de kost voor een afgebakende voorstelling dekken.”


BELEID
Ronaldo heeft er tien jaar over gedaan om de eerste voorstelling van Circus Ronaldo volledig op punt te stellen. Met het huidige beleid is dat geen optie meer: alles moet worden vastgelegd om een subsidie te bemachtigen. “Je moet nu gewoon constant presteren, op alle gebied. Dat is wel plezant, maar nu is dat zo heftig dat het een verarming zou kunnen veroorzaken. Je moet jonge mensen de boodschap kunnen geven van: kijk, je krijgt tijd, maar het zal ook veel inspanning vragen. Maar je hebt die tijd. Anders ga je die oude metiers nooit in leven kunnen houden”. Dat is volgens Ronaldo het grootste gevaar voor het circusgebeuren: het feit dat alles te snel en te strak gemaakt wordt, waardoor een voorstelling niet meer op een organische manier kan groeien en tot stand komen. Om die reden zouden structurele subsidies een grote hulp zijn voor circusgezelschappen, aangezien projectsubsidies slechts de kost voor een afgebakende voorstelling dekken. Volgens Ronaldo is met een circus rondtrekken veel meer dan een afgebakend idee: het is in feite een cultureel centrum en een gezelschap in één. Een circus heeft zijn eigen zaal bij, wat voor extra kosten zorgt zoals het onderhoud van vrachtwagens, de tent en de woonwagens. Die reële kosten zitten niet inbegrepen in een projectsubsidie. Voor Ronaldo zijn er twee belangrijke sleutelwoorden: toekomstplannen en vrijheid. Een circus kan wel vage omschrijvingen geven van komende projecten, maar geen gedetailleerd schema van wat er volgend jaar op de planning staat: “Ideeën rijpen, je kan dat niet altijd het komende jaar al uitvoeren. Er moet tijd zijn om te groeien. En als dat kan, denk ik dat we heel goed bezig zijn”.