Hedwig Albert Degelaen

hedwigHedwig Albert Degelaen is al meer dan 34 jaar pruikenmaker. Na een kappersopleiding aan het Brusselse Institut des Arts et Métiers en een korte carrière als kapper, legde hij zich sinds 1979 toe op de vervaardiging van pruiken voor theater, opera en televisie, en dit zowel voor binnen- als buitenlandse producties. “De actrice Chris Lomme was klant in ons kapsalon in Brussel. Toen ik er begon, zei ik ooit tegen haar dat ik toch graag in het theater wou werken. Twee jaar later kwam ze daar binnen op een maandag en vroeg ze of ik nog altijd geïnteresseerd was om in het theater te werken, waarop ik prompt ja zei. ‘Wel, kom dan maar eens bij Nand (Buyl)’, zei ze. Een collega die op dezelfde school les had gevolgd, ging weg bij de Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Zo ben ik begonnen.”

 

OP DE WERKVLOER

“In Vlaanderen zijn vandaag bijna geen volwaardige pruikenmakers meer te vinden,slechts een drietal, waaronder ikzelf.” Er bestaan enkele opleidingen tot pruikenmaker in het formele circuit, maar dat is volgens Degelaen niet de meest geschikte manier om het vak onder de knie te krijgen: “Idealiter word je op de werkvloer opgeleid, zoals ik destijds, om de kneepjes van het vak onder de knie te krijgen.” Degelaen leerde pruiken maken bij de KVS. Tot op de dag van vandaag schaaft hij zijn kennis over techniek en materialen bij, onder meer op de Salzburger Festspiele in Oostenrijk. Als vaste medewerker van De Munt is hij één van de weinigen die zijn job in vast dienstverband bij een cultuurhuis uitoefent. Over het algemeen worden kappers, pruikenmakers en visagisten per productie als freelancers aangeworven. Zelf heeft hij veel geleerd van Peter Owen, één van de belangrijkste pruikenmakers in Groot-Brittannië: “Owen deed hier toen nog regelmatig producties. Hij nam een productie volledig in de hand, kwam alle maten nemen, ging vervolgens naar Bristol en liet daar alle pruiken maken. Ik heb het geluk gehad die man te leren kennen, samen met mijn collega’s. We hebben op basis van die ontmoetingen hier alles opgebouwd. Nadien kwam hij nog gedurende twee jaar geregeld langs. Nu werken we eigenlijk helemaal volgens het Engelse systeem.”

DRIVE EN PASSIE

“Iemand opleiden tot volwaardig pruikenmaker vraagt veel tijd en toewijding van zowel leerling als leraar. De implanteurs weten wel hoe haren in een pruik moeten worden ingeplant, maar je moet de nodige drive en passie bezitten om te willen leren hoe je een pruik van A tot Z vervaardigt.” Het beroep leren op vrijwillige basis – omwille van een bijzondere gedrevenheid – doet slechts een enkeling; de (financiële) tegemoetkoming of toekomstige werkzekerheid is dan ook erg beperkt. “Ik heb nog niet zo lang geleden een meubelmaker gevraagd om verfraaiingen te doen aan mijn huis. Dat was echt een heel goede meubelmaker, zoals je er nog weinig vindt. Hij zei dat hij blij was dat hij bij mij iets mocht maken, omdat ik zelf een passie voor vakwerk heb. Hij kon bij mij iets realiseren wat bij andere klanten nog zelden mogelijk is. Het mag tegenwoordig niet te veel geld kosten. Het moet allemaal praktisch triplex zijn. Bij mij mocht hij echter werken met degelijk hout. Het deed me dan ook plezier dat er nog mensen zijn die gepassioneerd geraken door het kunnen en het maken.”

 

“Ik zou graag mijn expertise delen met gepassioneerde aspirant-pruikenmakers. Over negen jaar moet ik stoppen en ik zou toch graag mijn opvolging verzekerd zien. Het zou erg jammer zijn moest alle vakkennis uit België verdwijnen.”

 

NAAR HET BUITENLAND

“Door de hoge kostprijs van op maat gemaakte pruiken, wordt er in veel producties gewerkt met gehuurde pruiken of zelfs helemaal zonder.” Pruiken die hier worden gemaakt, kosten 2.500 tot 3.000 euro per stuk; filmpruiken zitten in een nog duurder segment. Het is allemaal handwerk en het kwaliteitsverschil met machinaal genaaide pruiken is zeer groot. Talent in Vlaanderen week de voorbije jaren uit naar het buitenland; naar Engeland bijvoorbeeld, waar productiehuizen grotere budgetten ter beschikking hebben en waar er meer vraag is naar pruiken. De afzetmarkt in Vlaanderen is, zeker in vergelijking met het buitenland, klein. Zelf heeft Degelaen door de jaren heen expertise opgedaan in het buitenland en knowhow vergaard via contacten met buitenlandse beroepsgenoten. Zijn collega’s bij De Munt zou hij graag de vleugels zien uitslaan, via stages bij andere (buitenlandse) instellingen bijvoorbeeld. Maar de middelen zijn vaak niet toereikend voor langdurige stages en niet iedereen is ervoor te enthousiasmeren.

CREATIVITEIT EN TOEKOMST

Zowel het artistieke als het creatieve aspect dat eigen is aan het vak trekken Degelaen enorm aan. Hij is steeds op zoek naar oplossingen op maat en interpreteert diverse maquettes om tot het beste resultaat te komen. “Een ander aspect van de creativiteit bij het pruiken maken zijn de vragen: hoe ga ik te werk, hoe ga ik de pruik inplanten, welk haar ga ik gebruiken, welke techniek en welke tule ga ik gebruiken, gebruik ik ook het eigen haar, enzovoort ? Haar kan bijvoorbeeld in drie verschillende richtingen op tule worden ingeplant. Dat is allemaal handwerk. Er moet op voorhand over deze richtingen worden nagedacht om ervoor te zorgen dat de pruik in een natuurlijke vorm valt.” Degelaen en zijn collega’s proberen regelmatig workshops te volgen, bijvoorbeeld over het onduleren (of krullen/golven) van haren of over historische kapsels. Maar niet voor alle specialisaties zijn workshops beschikbaar en niet iedereen is even bereid zijn kennis door te geven, zeker niet wanneer economische belangen spelen. Zelf zou Degelaen graag zijn expertise delen met gepassioneerde aspirant-pruikenmakers: “Over negen jaar moet ik stoppen en ik zou toch graag mijn opvolging verzekerd zien. Het zou erg jammer zijn moest alle vakkennis uit België verdwijnen, ondanks de kleine vraag naar theater- en filmpruiken.”