Antoine Van Loocke

DSC_6120Antoine Van Loocke is messenmaker in bijberoep, met een achtergrond in de schilder- en beeldhouwkunst. Als hoofdberoep onderhoudt hij een tuin van tien hectare. Dit contact met de natuur deed hem nadenken over de ecologische voetafdruk van zijn bijberoep: hij maakte kunstmessen in damaststaal, wat enorm vervuilend is voor het milieu. Geïnspireerd door zijn omgeving, bedacht hij een uniek concept: messen ontwerpen uit afval. Op die manier stapte hij mee in de productie van recyclage en ecologisch verantwoorde producten. Intussen ontwerpt hij messen van topkwaliteit voor gewaardeerde chefs zoals Kobe Desramaults en Peter Goossens.

EEN UNIEK GEGEVEN BINNEN DE MESSENMARKT IN BELGIË EN EUROPA

Van Loocke was van kinds af aan gepassioneerd door alles wat met messen te maken had. Na een bezoek aan een winkel die handgemaakte messen verkocht, besloot hij zich te wagen aan het maken van zo’n exemplaar. Diezelfde winkel kocht in de jaren die volgden af en toe enkele messen van Van Loocke. In 2005 stopte de winkel met de aankoop van handgemaakte messen, omdat de verkoop gekelderd was: verzamelaars werden te oud om nog zelf aan te kopen en jongeren waren niet erg geïnteresseerd. Sinds 2006 maakt Van Loocke messen uit recuperatiemateriaal: zijn passie bestaat erin iets waardevols te creëren met waardeloze materialen zoals rot hout en verroest staal. Van Loocke combineert een traditionele ambacht met zeer moderne technieken: hij impregneert rot hout met plexiglas, en maakt er zo een hightechmateriaal van dat ook nog eens kwaliteitsvol is. “Dat bestaat uit twee delen, dat mes. Rot hout dat aangevreten is door wormen en een ander deel, een stuk roest waar niemand nog wat aan had. Dat wordt weggesmeten.” Voor Van Loocke is de praktische functie van zijn kunst belangrijk: met een mes kan je snijden, terwijl je naar een schilderij of een beeldhouwwerk enkel kan kijken. Van Loocke heeft naar eigen zeggen niet veel collega-messenontwerpers in België, wat aantoont dat messen tegenwoordig een massaproduct zijn. Bonpertuis, Zwillingen en Solingen zijn grote industriële bedrijven die onder andere messen maken. Dat laatste merk is in Chinese handen terechtgekomen, wat de kwaliteit van de producten niet ten goede komt, meent Van Loocke. Er bestaan in Frankrijk wel nog grootmeesters van het mesontwerp zoals Mongin en Hemonnot, maar dat zijn eerder uitzonderingen, doordat het productieproces naar lagelonenlanden verhuist.


“… kennisoverdracht geeft zin aan mijn werk. De ivoren-toren-filosofie waar vele ambachtslui zich in wentelen is niet aan mij besteed. Mijn doel is om mijn talenten aan zoveel mogelijk mensen door te geven.”



PERSOONLIJKE AANPAK

Voor Van Loocke is zijn carrière geslaagd. Het enige wat hem nog rest is het uitpuren van de vaardigheid om messen te maken en kennisoverdracht te faciliteren: “Die erkenning is er. Het is een ander niveau geworden. Nu is het delen”. Hij leidt verschillende stagiaires op in zijn atelier en toont hen de basistechnieken om messen te maken. Zelf heeft hij erg lang gezocht naar de juiste methodes: “Ik heb dat moeten ontdekken. Maar nu dat het ontdekt is, kan je gewoon rechtstreeks die informatie doorgeven. Als mijn stagiaires één dag geweest zijn, gaan ze met een mes naar huis. Ik heb daar vijftien jaar over moeten doen”. Voor Van Loocke geeft die kennisoverdracht zin aan het werk dat hij doet. De ivoren-toren-filosofie waar vele ambachtslui zich in wentelen is niet aan hem besteed. Zijn doel is om zijn talenten aan zoveel mogelijk mensen door te geven. De aanpak die hij hanteert is informeel: als een stagiaire zich aanbiedt, dan neemt hij haar al dan niet onder zijn hoede na een kennismaking.
Hij werkt met één stagiaire tegelijk, omdat hij een zeer persoonlijke en gerichte aanpak verkiest. Vervolgens legt hij de basistechnieken uit, maar ook technieken van externe ateliers zoals graveren via elektrolyse, booglassen en houtdraaien. Hij past zijn tempo aan naargelang de leerling die voor hem staat, maar meestal worden ze op korte tijd opgeleerd. Naast zijn opleidingen, steunt Van Loocke andere projecten. Zo geeft hij designcentra en musea kortingen en schenkt hij regelmatig messen voor een goed doel.


BELEID

Van Loocke vraagt intussen geen subsidies meer aan. Enerzijds omdat hij het simpelweg niet nodig heeft en anderzijds omdat hij vindt dat dat geld besteed moet worden aan jong geweld. Hij is over het algemeen tevreden over de ondersteuning die hij kreeg van de overheid. Destijds heeft Design Vlaanderen hem het nodige platform aangeboden, zodat hij zijn carrière heeft kunnen uitbouwen. Design Vlaanderen vormt een forum dat vraag en aanbod verbindt: ze stuurt werkaanbiedingen door naar designers zodat deze zich kunnen inschrijven en zo hun eigen netwerk kunnen uitbreiden. Daarnaast adviseren ze designers op zakelijk en commercieel vlak. Een artiest heeft recht op een half uur bijstand door een boekhouder en een advocaat, maar die dienst zou flexibeler moeten verlopen volgens Van Loocke. De mensen die informatie verstrekken zouden eigenlijk een basiskennis moeten hebben van het ambacht en de ateliers. Voor Van Loocke mag de focus meer liggen op jongeren, omdat zij minder kansen krijgen dan gevestigde namen. Design Vlaanderen reikt labels uit om designers een officiële erkenning te geven, maar de organisatie moet volgens Van Loocke uitgebreid en nog professioneler worden. Nu komt de uitreiking van dergelijk label amper in het nieuws, terwijl de media zoveel meer zouden kunnen betekenen voor de sector. Van Loocke vreest niet dat zijn ambacht zal uitsterven, maar het is wel een vuur dat warm gehouden moet worden. De overheid heeft daar ook een rol in te spelen door de regelgeving rond ambachten te versoepelen en meer erkenning te geven aan bepaalde disciplines. Het zou bijvoorbeeld nuttig zijn om een basislijst op te stellen, waar erkende ambachtsmensen in vermeld worden. “Grootmeesters zouden moeten gekoesterd worden. Daar zou ruimte voor gecreëerd moeten worden. Niet opsluiten dus in een harnas van regelgeving.”