Geneviève Van Quaquebeke

DSC_6359Geneviève Van Quaquebeke begon als vierjarige te dansen en combineerde dit met andere hobby’s. De passie voor dans was groot en ze kwam terecht aan de Koninklijke Balletschool. Daar leerde ze naast ballet nog andere danstechnieken, van folklore en jazz tot pas de deux. Nadien groeide ze uit tot soliste van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Een periode van buitenlandse ervaringen volgde bij Les Ballets du Monte-Carlo. Ze keerde uiteindelijk terug naar België, omdat ze verlangde naar het klassiekere werk. Momenteel geeft ze les in Dansstudio Arabesque. In de toekomst zal Van Quaquebeke zich voornamelijk toespitsen op het doorgeven van wat ze de laatste vijftien jaar heeft opgebouwd.

 

ARCHIVERING EN DOCUMENTATIE
De moderne media laten een vlotte archivering van dansvoorstellingen en technieken toe, naast de gekende Labantechniek. Die is te vergelijken met muzieknotatie: door middel van codes op een balk geeft men de verschillende bewegingen weer. Balletgezelschappen kunnen vandaag een groot deel van het creatie- of aanleerproces filmen. Dit is eerder uitzonderlijk binnen de kunstdisciplines, aangezien er meestal met een archiveringstekort wordt gekampt. Dansgezelschappen zorgen ervoor dat bepaalde technieken of uitleg op beeld staan, zodat daar later geen discussie over mogelijk is. Van Quaquebeke vindt dit een goede zaak, omdat die vastgelegde choreografieën en  technieken vlotter beschermd kunnen worden en het repertoire zo zonder problemen doorgegeven kan worden.


BELEID
Klassieke dans is eerder duur in opzet: vrachtwagens om het nodige gerief te vervoeren, decors, een spring floor (soort dansvloer om de gewrichten van dansers te beschermen), het verplaatsen van zo’n zeventigtal mensen, enzovoort. Volgens Van Quaquebeke beseffen veel mensen niet hoe duur die ondernemingen zijn, waardoor ze verontwaardigd zijn over de prijs van een toegangskaart. Om die reden vormt sensibilisering een belangrijke bijdrage aan de toekomst van het ballet. Mensen moeten begrijpen hoeveel organisatie en budget vereist zijn bij het maken van een klassieke, avondvullende productie. Het buitenland doet het tot nog toe beter dan België: het Nationaal Ballet in Nederland heeft zowat het driedubbele aan budget. Ook Engeland, Frankrijk en Oostenrijk reiken het ballet veel meer middelen aan. Van Quaquebeke stelt dat zij en haar collega-dansers bovendien onderbetaald zijn in vergelijking met buitenlandse dansers. Het grote verschil met andere kunstvormen zoals muziek of theater, is dat een danser moet stoppen rond zijn vijfendertigste. Om die reden trekken veel dansers naar het buitenland, wat voor een uitstroom aan talent in België zorgt. Een ander probleem is de ziektekost in België: een danser heeft vaak last van slijtage en chronische aandoeningen die niet geklasseerd kunnen worden als arbeidsongeval, hoewel ze rechtstreeks veroorzaakt worden door hun werk. Op die manier vallen dansers terug op eigen middelen om die blessures te financieren, terwijl dit eigenlijk onterecht is.


“In België is de mogelijkheid om een secundaire vorming te combineren met een dansopleiding een absolute troef. De Koninklijke Balletschool voorziet een opleiding, waar algemeen onderwijs onderricht wordt met dans als hoofdvak. Dit trekt veel buitenlanders aan, wat de diversiteit en onderlinge kruisbestuiving bevordert.”


OPLEIDING
In België is de mogelijkheid om een secundaire vorming te combineren met een dansopleiding een absolute troef. De Koninklijke Balletschool voorziet een opleiding, waar algemeen onderwijs onderricht wordt met dans als hoofdvak. Dit trekt veel buitenlanders aan, van Amerikanen tot Russen en Japanners, wat de diversiteit en onderlinge kruisbestuiving bevordert. Aangezien dit initiatief erg veel positieve effecten heeft, vindt Van Quaquebeke het een verplichting om die school te beschermen en haar meer middelen aan te reiken om het voortbestaan van klassieke dans in Vlaanderen te garanderen.
De focus op het individu is volgens Van Quaquebeke een tweede positief punt. Internationaal gezien staan dansscholen zoals de Koninklijke Balletschool en het voormalige Ballet van Vlaanderen zeer hoog aangeschreven. De opleidingen in België zetten erg in op het individuele talent en op het artistieke. Om die reden zijn de Belgen die het gemaakt hebben in het buitenland erg bekend: “Ze hebben net dat extraatje, die push om er te geraken; hard werken, net omdat je uit een kleiner iets komt. Vaak heb je al een stapje voor omdat je Belg bent, want dat zijn er die hard werken”. Dit vormt een bijkomend argument om de dansopleidingen in België te koesteren en te investeren in de toekomst.


TOEKOMST
Volgens Van Quaquebeke is de constante eis om te vernieuwen een dooddoener voor het klassieke ballet. Een mogelijke oplossing zou zijn om een duidelijk beleid te creëren dat ervoor zorgt dat er een repertoire kan opgebouwd worden waar een gezelschap meermaals per jaar uit kan putten en waar middelen voor zijn: “Nu moet het altijd meer, het moet altijd anders, het moet altijd nieuwer. Dan kan je niet opbouwen”. Van Quaquebeke hoopt dat de fusie tussen ballet en opera ervoor zal zorgen dat er in die richting gedacht kan worden, waardoor er een soort rust kan komen. Een vaste plek voor voorstellingen zou het organisatorische en het budgettaire ook ten goede komen. Het Ballet van Vlaanderen is steeds een toerend gezelschap geweest, wat van elke voorstelling een complexe en dure onderneming maakt. “Men kan niet verwachten dat we met hoogstaande producties, die veel geld kosten, het Vlaamse landschap blijven afschuimen. We hebben dat gedaan, omdat het verplicht werd”. Een tweede belangrijk punt voor verbetering, is de uitbreiding van werkhuizen en theaterhuizen. Zij vormen een belangrijk platform voor de kleine kunstenaar. Van Quaquebeke stelt dat die werkhuizen meer ondersteund zouden moeten worden: “In Brussel hebben we er heel veel, maar bijvoorbeeld danscentrum Jette is moeten stoppen door een tekort aan middelen”.
Los van deze toekomstprojecten, vreest Van Quaquebeke niet dat het ballet ooit zal verdwijnen: “Rubens verandert ook niet. Die smijt je ook niet weg, die laat je hangen en daar ga je ook af en toe naar kijken. Wel, dat is hetzelfde met ballet: dat bewaar je en dat laat je altijd weer opnieuw uitvoeren”.